HistorieNL

Nossa Senhora de Fátima Parochie

Geschiedenis van de parochie

 

Een eigen parochie in Nederland: Haarlem en Amsterdam.

 

Na aankomst in Nederland zochten de Portugezen naar een balans tussen hun Portugese katholieke identiteit en hun nieuwe plek binnen de (Nederlandse) katholieke kerk. Enerzijds wilden zij geassocieerd worden met en geaccepteerd worden als katholieken. Anderzijds hadden zij de behoefte om deze katholieke identiteit met eigen etno-culturele tradities aan te vullen en dus de Portugese identiteit te er aan te geven.

 

De behoefte aan een Portugese kerk, waar men in het Portugees de mis kon lezen en de Portugese wijze van geloofsbeleving kon continueren, was uiteindelijk groter dan de wens tot acceptatie binnen de plaatselijke kerk.

 

In 1964 werd daartoe een aanzet gegeven toen de Bisdom Haarlem-Amsterdam, pater J.J. van Houtert, vroeg of hij voor de Portugezen in het Protugees de mis wilde lezen. De Portugese katholieken waren voorheen altijd naar de Nederlandse kerk gegaan, maar zij hadden de wens geuit om een eigen kerk op te richten. Dit was nog vóór de bekendmaking van de De pastoralis migratorum cura, want de mogelijkheid om te preken in de taal van de migranten was altijd al mogelijk geweest.Pater van Houtert was een Nederlandse pater die voor missiewerkzaamheden in Brazilië was geweest en zich daar de Portugese taal eigen had gemaakt. Onder zijn leiding richtte de Portugese gemeenschap in Amsterdam zijn eerste eigen kerk op: de Allochtonenmissie Nossa Senhora de Fátima. In de eerste jaren werd alleen iedere tweede en vierde zondag van de maand een mis gehouden. De overige zondagen gingen de Portugezen naar een Nederlandse kerk in de buurt. Toen er wekelijks diensten werden gehouden, gingen de meesten uitsluitend naar de Portugese kerk.

 

Mevrouw Passos is sterk betrokken geweest bij deze kerk en haar oprichting.

 

Zij kwam in 1962 naar Nederland, een jaar na haar man. De behoefte aan een plek om je thuis te voelen, voedde haar wens om naar een kerk te gaan waar zij andere Portugezen kon ontmoeten en kon 'bidden in de taal van je hart'. Zij besloot pater Van Houtert te helpen en zij ging de deuren langs om andere Portugezen aan te sporen naar de Portugese mis te komen. Over haar ervaringen in de begindagen van de Portugese kerk zei mevrouw Passos:'' In Haarlem ging ik naar de Nederlandse mis. Toen kregen wij rond 1964 een pastor die uit Brazilië kwam die onze eerste aalmoezenier is geworden, pater Van Houtert. Hij kwam wel eens per maand de mis bidden bij de zusters in de Zijlstraat en daar heb ik dus een beetje de leiding op mij gehaald om de Portugezen af te gaan om te vertellen dat op die dag een [Portugese, CL] mis zou gebeden worden(...). Dat was om de veertien dagen. De eerste zondag van de maand en de derde zondag van de maand hadden wij dus kerkdienst ergens in een geleende kerk. Soms was het hier, soms was het daar, waar er plaats was. Later, ik weet niet precies wanneer, kregen wij van de zusters van 'De Voorzienigheid' een kapel aan de Lauriergracht. Later kregen wij dus van hen een gymzaal die niet meer geschikt was om te gymmen, want het was te klein, die hebben wij dus als ruimte voor ons gekregen. Daar hebben wij ik denk iets van twintig jaar gezeten. Wij hebben sinds een jaar of dertien, veertien een eigen kerk kunnen krijgen. Daar hebben wij voor gezwoegd. Dus nu hebben wij onze eigen parochie. Dus nu zijn wij de eerste buitenlandse gemeenschap die een eigen parochie heeft.''

 

De kapel aan de Zijlstraat was al snel geen geschikte plaats meer voor de Portugezen. Hij was te klein geworden door het groeiende aantal Portugezen en tevens ondervonden de zusters, zo zeiden zij, veel overlast door het getik van de naaldhakken van de Portugese dames die op de etage boven de vertrekken van de zusters rondliepen.

 

Zuster Josina Boomars wist haar overste over te halen om de kapel aan de Lauriergracht ter beschikking te stellen van de Portugezen, mits zij de verantwoording hierover droeg.

Er is volgens zuster Boomars echter nooit iets vervelends voorgevallen.

 

In 1989 verwierven de Portugezen een eigen kerkgebouw aan de Jacob Catskade in Amsterdam.

 

Vanaf 1994 heeft de Portugeessprekende parochie in Amsterdam tevens een officiële kerkrechtelijke status. Deze kerk kreeg de status van missio cum cura animarum (missie met zielzorg), ook wel quasi-parochie genoemd.Hiermee werd deze parochie slechts gedeeltelijk gelijkgetrokken met de plaatselijke parochies. Het is opmerkelijk dat hoewel het al sinds 1969 mogelijk was om migrantenparochies op te richten, dit in Nederland lange tijd niet voorkwam. In 1990 werd de ongelijkwaardige juridische positie van de migrantengeloofsgemeenschappen aangekaart bij de Nederlandse bisschoppenconferentie door de Stichting Allochtonenpastoraat. In 1993 werd een nieuwe regeling in het leven geroepen, die het mogelijk maakte om een parochie of quasi-parochie op te richten voor een migrantengroep (Maaskant 2000, 49). Het bleef wel de bedoeling dat de Portugezen uiteindelijk integreerden in de Nederlandse parochie of, als zij zouden terugkeren naar Portugal, integreerden in de parochie van herkomst. Toch waren het eigen kerkgebouw en de officiële kerkrechtelijke status van quasi-parochie symbolen van de plek die de Portugeessprekende kerk had verworven in het culturele en religieuze leven in Nederland.

 

Pater van Houtert verzorgde in Amsterdam niet alleen de missen en de sacramenten, zoals de doop en de huwelijk, maar hielp ook met het vinden van huisvesting voor diegenen die pas in Nederland waren aangekomen, vertaalde belangrijke juridische stukken in het Portugees, hielp met doktersvoorschriften, assisteerde bij het afsluiten van verzekeringen, onderhield namens de Portugezen contacten met advocaten, notarissen en rechtbanken. Kortom, hij bood de Portugezen een veilige en herkenbare plaats waar zij zich als op een bastion konden terugtrekken. Daarnaast bood hij hulp en gaf hij advies bij het wennen aan het nieuwe leven in Nederland en de integratie in de Nederlandse samenleving. Hij werd geholpen door zuster Josina Boomars. Zij was zuster van de congregatie 'De Voorzienigheid' en vanwege missiewerkzaamheden in Brazilië sprak zij Portugees. Zuster Boomars zette zich vooral in voor problemen van de vrouwen en gaf 'sociale bijstand' op elk gebied met huisbezoeken en bezoeken aan ziekenhuizen.

 

Terug naar de informatiepagina