Vreemdeling

Nossa Senhora de Fátima Parochie

Ingezonden door pastoor Jacq. Hetsen

 

Het onderstaande artikel werd in 2008 gepubliceerd nadat ik na vele omzwervingen terugkeerde in Nederland.

 

VREEMDELING IN EIGEN LAND

 

Father Jac Hetsen uit Zwaag, voormalig Algemeen Overste van Mill Hill, werkt sinds september 2006 als pastor in Amsterdam Oud-West, voornamelijk onder de Portugees sprekenden. Op het hoogfeest van Petrus en Paulus, 29 juni j.l. vierde hij zijn veertig jaar priesterjubileum in de kerk van Nossa Senhora de Fatima. Tijdens de Eucharistieviering keek hij terug op zijn veertig jaar missionarisleven.

 

Een paar weken geleden luisterde ik naar een interview met Kardinaal Godfried Danneels bij gelegenheid van zijn 75ste verjaardag en de brief die hij naar Rome gestuurd had om zijn ontslag als hoofd van het Aartsbisdom Mechelen–Brussel aan te bieden. Een van de vragen die hem tijdens het interview gesteld werd was: ‘Wat vond u nu het moeilijkste in al deze jaren? Was het het celibaat misschien ?’ ‘Neen,’ antwoordde hij, ‘vriendschap heb ik altijd als een diepe noodzaak in mijn leven ervaren en als een grote gave gewaardeerd. Het moeilijkste was en is nog steeds dat alles in mijn leven gebaseerd is op iets wat niet te bewijzen valt.’ En toen werd het even stil… ook bij mij… Het celibaat is nooit gemakkelijk geweest. Ook ik heb vriendschap altijd als een diepe noodzaak in mijn leven ervaren en als een grote gave gewaardeerd. De rest van zijn antwoord deed me aan de vraag denken die Jezus aan zijn apostelen stelde: “Wie denken de mensen dat de mensenzoon is? Wie vindt jij, Petrus, dat ik ben?” Petrus’ antwoord: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God” is ook niet te bewijzen. Toch komt het in een leven van een missionaris of christen op het antwoord aan dat we op de vraag geven : Wie is die Jezus? En wie is degene die Hij God noemt. Ons hele leven lang zijn we pelgrims op zoek naar sporen van de Eeuwige, slechts vermoedend, soms even ziend, soms zingend: Naar U, Heer, gaat mijn verlangen, steeds weer zoeken mijn ogen naar U`.

 

Sinds ik in Amsterdam Oud -West woon en werk, dat is sinds september 2006, heb ik meer niet- gelovigen, niet-gedoopten en mensen van andere religies ontmoet dan in de zogenaamde missielanden waar ik als missionaris heb mogen werken zoals in Oeganda en Brazilië. Ik vind het een grote uitdaging om hier te mogen zijn en hier in Amsterdam kleine christelijke gemeenschappen op te bouwen zoals ik dat in Afrika en Zuid Amerika heb mogen doen.

 

Oeganda

Dat wil niet zeggen dat ik geen heimwee voel naar dat avontuurlijke leven in Oeganda, Oost Afrika, waar de kennismaking met de Iteso stam via hun cultuur, hun taal en gewoontes ongetwijfeld een verrijking van mijn leven was. Ook vergeet ik niet hoe veel angst er was in de tijd van Idi Amin Dada toen er meer dan 30.000 Indiase mensen binnen twee weken Oeganda moesten verlaten en er duizenden Oegandezen verdwenen. Ons pastoraal beleid richtte zich op het oprichten van kleine christelijke gemeenschappen.

 

Brazilië

Brazilie is een land waar vriendschap hoog in het vaandel staat, maar ook geweld en armoede. Daar heb ik zelf drie jaar illegaal gewoond en gewerkt. Ik moest het land verlaten, maar weigerde te gaan. En dit met medeweten van de bisschoppenconferentie. Ook daar spraken we over christelijke basis gemeenschappen. We hadden onze bevrijdingstheologie en bevrijdingsspiritualiteit waaruit we kracht putten om door te kunnen gaan. Natuurlijk was er ook de samba, de carnaval en de voetbal die plezier aan het leven gaven. Heimwee (saudades) is een van de export artikelen van Brazilië, zeggen ze daar wel eens.

 

Amsterdam

Nu ben ik bijna twee jaar hier in Amsterdam. Als voormalig Algemeen Overste heb ik het voorrecht gehad alle landen te bezoeken waar Mill Hillers woonden en werkten. Daardoor voel ik me soms een wereldburger. Soms voel ik me echter een vreemdeling in mijn eigen geboorteland, waar maatschappij en kerk in de laatste veertig jaar enorm veranderd zijn. Het is voor het eerste keer in mijn leven dat ik aanwezig was bij het sluiten van een kerk en dat was de Chassé kerk. De laatste spullen waar we geen raad mee wisten, hebben we op het plein neergezet. De Turkse en Marokkaanse Nederlanders wisten er wel weg mee! Wat een verandering! Van nieuwe kerkgemeenschappen stichten in Oeganda en Brazilië ben ik terecht gekomen in krimpscenario’s in Nederland. Maar toch hoor ik ook hier het woord ‘kleine christelijke gemeenschappen’, bemerk ik interesse in spiritualiteit, ook van managers en zakenlui en buigen we ons met een groepje mensen wekelijks over bijbelteksten om inspiratie te zoeken en te ontdekken wat die voor ons betekenen. Juist hier in onze wijken ontmoeten christenen en moslims elkaar tijdens de Ramadan en creëren we ruimte voor migranten om elkaar in gemeenschappen te ontmoeten en met elkaar het geloof te vieren.

 

Pluriformiteit

Niet voor niets vier ik mijn jubileum op het feest van Petrus en Paulus, twee belangrijke figuren van onze kerk. Beiden worden vaak in één adem genoemd, maar beiden verschilden van elkaar in opinies en methoden van missionering. Al vanaf het begin van de kerk bestond er pluriformiteit, een woord dat we tegenwoordig jammer genoeg niet zo vaak meer horen. Beide figuren waren toegewijd aan hetzelfde doel: het Rijk Gods in deze wereld.

 

Ik voel me bevoorrecht om hier te zijn met medegelovigen en vandaag heel bijzonder met vele vrienden en familieleden. Het is immers aan hen te danken en via hen aan de Levende dat ik me na veertig jaar hier nog mag inzetten voor rechtvaardigheid en vrede, voor solidariteit en verzoening.

 

 

Terug naar pagina De pastoor spreekt